Buro Fludo voor tekst en muziek


De filosofische schuurkalender

Augustus 2018

17

Herinnert aan de reeds in de negentiende eeuw gedane uitspraak van een stervende machthebber, die, toen hem op zijn sterfbed door zijn biechtvader de vraag werd gesteld: ‘Vergeeft u uw vijanden?’, met het beste geweten antwoordde: ‘Ik heb geen vijanden; ik heb ze allemaal gedood.’

—Carl Schmitt, 1978

Na de eerste wereldoorlog was jurist en politiek filosoof Carl Schmitt (1888–1985), net als veel andere Duitsers, verbolgen over het verdrag van Versailles en de vernederende rol die daarin voor Duitsland was weggelegd. Door het verdrag werd, volgens Schmitt, het evenwicht dat er bestond tussen de gelijke souverreine Europese staten, verstoord. Dat evenwicht was een erfenis van de vredesverdragen van Münster en Osnabrück. Die verdragen hadden oorlogen mogelijk gemaakt tussen juridisch gelijke staten en hadden zo gezorgd voor een relativering van het vijandschap. Het verdrag van Versailles veranderde echter het oorlogsbegrip. Een een verzameling van staten bepaalde vanaf nu dat oorlog een internationale misdaad was. Een politieke vijand werd als gevolg van deze liberaal humanitaire ideologie in een keer een vijand van de mensheid. Dit leidde volgens Schmitt niet tot een wereld zonder geweld maar tot een moralisering van de politiek. Een oorlog in naam van de mensheid stijgt uit boven ‘het politieke’ en men wordt gedwongen de vijand niet slechts als politieke vijand te zien maar hem af te schilderen als een onmenselijk monster dat alleen kan worden overwonnen door definitieve vernietiging.


© 2003–2018 Buro Fludo